|


Algemene gegevens
Disciplines:
Klassiek Ballet
Kinderdans
Conditietraining / Pilates
Volwassenen Ballet
Vooropleiding tot dansacademie |
BIJ BALLET BEWEEGT ER MEER DAN ALLEEN SPIEREN
EN BOTTEN
Algemeen
Wekelijks volgen kinderen, klein en groot, dik en
dun, stijf en lenig balletles in onze school. Ik wil graag wat meer
vertellen over het doel en de inhoud van de lessen.
Kinderen die een paar jaar balletlessen hebben
gehad, bewegen anders dan andere kinderen, vooral als ze dansen. Ze
bewegen gracieuzer, soepeler, genuanceerder en vooral bewuster. Er wordt
vaak beweerd dat alle kinderen kunnen dansen, maar persoonlijk is mij
dat nooit zo opgevallen. Je kunt beter zeggen dat Alle kinderen een
drift hebben om te bewegen, dus dat ze aanleg hebben om te
dansen, ze hebben zelfs een onstuitbare bewegingsdrang. Als ze mochten
kiezen tussen stilzitten in de schoolbanken of bewegen, zouden ze zeker
voor het laatste kiezen. En dat komt mooi uit, want voor hun groei en
ontwikkeling is bewegen net zo belangrijk als voeding.
Kinderen leren het beste door te doen,
door iets aan den lijve te ondervinden. Maar daarvoor hebben ze goed en
veelzijdig bewegingsonderwijs nodig. Ballet bevordert niet alleen hun
motorische- en muzikale ontwikkeling, maar ook hun creativiteit en hun
taalontwikkeling. Straks kom ik daar op terug.
De eerste balletles
Als kinderen voor het eerst op ballet komen en vrij
door de ruimte mogen dansen op bepaalde muziek, gebeurt er het volgende:
ze lopen, huppelen, rennen, springen en ze bewegen hun armen daarbij
functioneel. Ze bewegen zich a.h.w. voort in een draaimolen, lopen
steeds dezelfde rondjes, allemaal in dezelfde richting. Het komt zelden
voor dat een kind spontaan in de maat danst of beweegt op langzame
(zachte) muziek. Kinderen bewegen van nature snel, maar hun bewegingen
blijven eenzijdig, hebben nog geen uitdrukking en geen variatie in vorm.
Zij zijn zich niet bewust van de ruimte, noch van de dynamiek of het
ritme van de muziek. Soms missen ze ook zelfvertrouwen. Maar als ze een
jaar les hebben gehad, is het verschil al te zien. Door een combinatie
van techniekoefeningen (waarbij in het begin veel beeldspraak gebruikt
wordt) en improvisatie (waarbij hun fantasie en eigen initiatief aan bod
komen) zijn hun bewegingen subtieler, expressiever en bewuster geworden.
En het lijkt of ze meer zelfvertrouwen hebben gekregen.
Wat is ballet?
Bij het kijken naar een voorstelling kunnen we drie
categorieën onderscheiden, nl.: muziekballetten, verhalende balletten en
balletten die een gevoel, idee of een sfeer uitdrukken. Het is een
combinatie van techniek, muziek en expressie. Deze elementen worden in
elke balletles behandeld.
Techniek
De oefeningen bestaan uit snelle, ritmische
bewegingen en langzame, vloeiende bewegingen. Het doel is de
ontwikkeling van de grove én de fijne motoriek. Kleine,
snelle, ritmische bewegingen bevorderen kracht, snelheid en zuiverheid.
Langzame, vloeiende bewegingen bevorderen souplesse, gratie en
beheersing van het evenwichtsgevoel. De oefeningen vergen een goede
concentratie. Rekoefeningen zorgen ervoor dat de spieren langer worden.
Via techniek leren kinderen wilskracht, concentratie en discipline
aan. Kinderen tussen 4 en 7 jaar krijgen alleen oefeningen die een
voorbereiding geven op de klassieke ballettechniek.
Dit zijn meestal grondoefeningen (geen
barreoefeningen), omdat de spieren onbelast moeten blijven.
Het nog groeiende kinderlichaam is veel
kwetsbaarder dan dat van een volwassene. De oefeningen worden in
beeldspraak aangeboden die bij de beleving en de fantasiewereld van de
betreffende leeftijd aansluiten. Deze fase in de opleiding noemen we
A.D.V. (Algemene dansvorming).
Houding
Een goed evenwichtsgevoel bij ballet
is heel belangrijk. Om op één been of op je tenen te kunnen staan zonder
om te vallen, moet je je houding steeds corrigeren en ook dat vergt
concentratie en controle over je balans. Om dat evenwichtsgevoel te
ontwikkelen, begint elke oefening met het controleren en corrigeren van
de houding. En rechtop staan is meer dan alleen je neus in de wind
steken en de schouders “openen”. Om loodrecht te kunnen staan, moet je
aan een tiental dingen denken en je moet je ook langer maken. De
loodrechte houding is niet allen mooi, maar vooral functioneel.
Expressie, muzikaliteit en taalontwikkeling
Voor de kinderen is de improvisatie
(het vrij uitvoeren van een opdracht) meestal het leukste onderdeel van
de les. Behalve van bewegen, houden ze van spelletjes, spanning, humor,
gedaanteverwisseling en verhaaltjes. Ze willen zich meten met anderen en
nemen graag zelf het initiatief. Via improvisatie leren ze hun
creativiteit en muzikaliteit te ontwikkelen. Ze
moeten dan met hun fantasie en voorstellingsvermogen bepaalde begrippen
omzetten in beweging en mimiek, waardoor de bewegingen expressiever
worden. Het lichamelijk doen vergroot het bewustzijn. Bij
de improvisatie komen ruimtelijke begrippen, stemmingen, kleuren,
gedaanteverwisseling, sprookjes, prentenboeken en nog veel meer aan de
orde. Ook maken de kinderen kennis met verschillende basiselementen van
de muziek, zoals tempo, articulatie en dynamiek. Ze moeten
dan bv. Snel, slap, hoekig, wild, vloeiend, zacht, langzaam of licht
bewegen.
Door deze en vele andere begrippen in beweging om
te zetten, begrijpen ze deze begrippen ook beter en dat bevordert
de taalontwikkeling. Men denkt vaak dat het op ballet alleen
maar “leuk”toegaat: schattige kindertjes in roze pakjes die elfjes en
vlinders uitbeelden. Dat kan ballet ook zijn, maar er komt wel iets meer
bij kijken.
Ik wil kinderen leren dat hard werken fijn is
en voldoening geeft - dat het de enige manier is om iets
te leren en dat ze daarmee hun mogelijkheden leren kennen en
ontwikkelen. Elke aan te leren v aardigheid vraagt om een goede basis.
Dat kan nooit via de gemakkelijkste weg en zeker niet via de kortste.
Elk leerproces moet beginnen met rust en concentratie,
bewustwording en herhaling. Een tennisser zal nooit verder komen
met zijn techniek, als hij niet eerst de fore- en backhand goed
beheerst. Zo ook moet een kind eerst leren goed recht te staan. De
voeten dienen op de juiste manier geplaatst te zijn om het
lichaamsgewicht efficiënt te kunnen dragen. Verder is het zo dat veel
kinderen “zwakke plekken”hebben: een holle rug, verkeerde stand van de
voeten, doorgezakte voeten of plaatselijk heel korte spieren, waardoor
bepaalde bewegingen bemoeilijkt worden of verkeerd gecompenseerd. Zolang
de kinderen nog in de groei zijn, valt er aan hun houding en motoriek
veel te verbeteren. Kinderen leren snel en de resultaten zijn vaak na
een jaar al te zien.







|
|