|
VAGANOVA TECHNIEK
Om het gewenste niveau in klassiek ballet te
bereiken, heb ik gekozen les te geven volgens de zogenaamde Vaganova
methodiek, een voor balletopleidingen en dansacademies gebruikelijke
lesmethode. Ik vertaal deze methode naar amateurniveau. De
Vaganova-stijl werd begin 20e eeuw ontwikkeld.
BALLET GEEFT KINDEREN PERSOONLIJKHEID….
EEN COMBINATIE VAN MUZIEK, TECHNIEK EN FANTASIE.
In de balletles ontwikkelt een kind naast zijn
lichamelijke conditie ook zijn persoonlijkheid. Het leert
zijn verbeeldingskracht te uiten. Dat is belangrijk. Niet omdat het kind
een kunstenaar moet worden, maar omdat zo zijn karakter gevormd wordt.
De dans is een middel bij uitstek om de lichamelijke groei, de
gevoels- en denkontwikkeling, de muzikaliteit en de creativiteit
tesamen te bevorderen. In de balletles worden techniek en improvisatie
apart behandeld, maar deze twee zijn wél met elkaar verweven. De
techniek is bedoeld om kracht, lenigheid, houding, conditie en
concentratie te verbeteren. De improvisatie is bedoeld om
voorstellingsvermogen en fantasie te stimuleren en in beweging om te
zetten. Het kind leert dit ook aan elkaar te presenteren.
Het leert plezier te ervaren in beweging en dans en
remmingen te overwinnen. Het gaat zich lekkerder voelen in
zijn lijf. Het leert gevoel te krijgen voor ruimte en vorm. Het kind
maakt kennis met verschillende aspecten van muziek, zoals frasering,
ritme, sfeer en stemming en leert hoe het deze moet omzetten in dans.
Het kind leert ook samen te werken en
rekening te houden met anderen. Het hoeft zich niet te
meten met anderen, al zal het dat toch vaak doen. Het gaat er niet om
wie de de diepste plié of de hoogste sprong kan maken.
Iedereen, dik of dun, stijf of lenig, jong of oud,
ongeacht zijn lichaamsbouw of leeftijd kan deze techniek leren. De een
zal echter makkelijker en beter bewegen dan de ander. In ieder geval is
het wel zo dat kinderen de techniek makkelijker aanleren dan
volwassenen. Kinderen kunnen vanaf hun vierde jaar al op ballet, maar
pas vanaf hun zevende jaar, als de botvorming ver genoeg gevorderd is,
krijgen ze les in de klassieke techniek. Daarvoor is het veel
belangrijker dat een kind goed en recht kan staan en dat de knieën,
voeten en rug de juiste kracht krijgen.
Spitzen
Amateurballetonderwijs is in principe niet bedoeld
om leerlingen voor te bereiden op een beroepspraktijk. De
spitzentechniek bijvoorbeeld, is erg moeilijk en niet ieders voeten zijn
daar geschikt voor; ze moeten sterk zijn en een hoge wreef hebben. Het
vergt veel kracht van enkels, beenspieren en de rug om het lichaam op
spitzen in evenwicht te houden. Een uur per week balletles is veel te
weinig om die vereiste kracht te ontwikkelen.
Vergelijking van dans met sport
Naast enkele overeenkomsten bestaat er een
wezenlijk verschil tussen dans en sport. Sport is een fysieke
aangelegenheid met het doel de eigen prestaties te verbeteren of die van
een ander te overtreffen. Dans is in eerste instantie een geestelijke
aangelegenheid: een taal, gesproken door het lichaam, waarmee gevoelens,
gedachten en spanningen tot uitdrukking worden gebracht:
KUNSTZINNIGE VORMING dus!
Nog een verschil: bij een sporter in actie is de
spanning die hij moet leveren duidelijk zichtbaar (bijvoorbeeld een
verwrongen gezichtsuitdrukking). Bij een danser is de spanning
onzichtbaar, die wordt verdoezeld. Een danser moet altijd doen alsof er
geen zwaartekracht bestaat, alsof hij niets weegt….
Een overeenkomst tussen sport en dans is dat de
prestatie door lichamelijke inspanning een bepaalde lust opwekt. Voor
beide geldt ook dat de techniek”slechts”een middel is en niet een doel.





 |